Wandana: Mijn verjaardagswens

Mijn verjaardagswens

Door Wandana

Vroeger toen jij klein was, hé? Mocht je toen op je verjaardag kaarsjes uitblazen en een wens doen? En wat wenste je dan? Bepaald speelgoed? Een dagje pretpark? Een vakantie naar een land waarvan je gehoord had dat het mooi is? Of misschien vroeg je wel om iets heel anders?

Ikzelf deed als kind de wens dat ik zou genezen van mijn spierziekte. Als ik beter zou worden, zou ik namelijk kunnen lopen en had ik geen rolstoel nodig. ‘Misschien lijk ik dan meer op anderen en word ik daardoor niet meer als ‘anders’ gezien en behandeld’, was mijn gedachte.

Hoe er soms op mij gereageerd werd, vond ik immers lastig. Hoe ongemakkelijk vond ik het bijvoorbeeld als mensen naar mij staarden. En wat voelde ik mij onderschat wanneer ik als ‘dat zieke meisje dat niets kan’ gezien werd, welke soms overdreven veel verbazing bij mensen opwekte wanneer zij erachter kwamen dat ik meer kon dan zij dachten. Maar weet je wat ik denk ik nog het ergst vond? Dat er weleens mensen waren die de opmerking ‘wat zielig’ maakten. Want hoe ga je ermee om als iemand zoiets zegt? Geen idee had ik… En al wist ik dat niemand vervelende bedoelingen had, dan nog stoorde hun houding mij, omdat ik mij hierdoor allesbehalve een ‘normaal’ kind voelde. Integendeel, ik voelde mij een buitenbeentje. Vreselijk vond ik dit en op een van mijn verjaardagen, besloot ik dus te wensen dat ik op een dag zou genezen.

Mijn verjaardagswens heb ik een paar jaar achtereen herhaald, maar ‘een gewoon lopend meisje’ zijn werd hem niet, besefte ik op een gegeven moment. Maar wat moest ik dan doen om ‘normaal’ te kunnen zijn? Alles doen wat ik ook zou doen wanneer ik niet in een rolstoel zou zitten, leek mij de beste optie.

Blij was ik dan ook dat ik ‘gewoon’ naar school kon. Tot en met mijn 17e zat ik dan misschien wel op speciale scholen voor kinderen die ‘iets’ hadden, maar dat maakte niet uit. Ik werd toch gewoon opgeleid? En ik had onder mijn klasgenoten toch vrienden en vriendinnen, ‘zoals iedereen’? Daarnaast leerde ik op het speciaal onderwijs, dat ik bij lange na niet de enige was die ‘anders’ was dan zoveel anderen en dat was geruststellend. Echter, ergens had ik toch het gevoel dat het ‘normaler’ kon, want wat was ik gelukkig toen ik hoorde dat ik naar het regulier onderwijs mocht. ‘Ik hoor er nu helemaal bij’, dacht ik, nu ik de kans had om mee te doen in een omgeving vol met mensen op wie ik zo graag wilde lijken. Bovendien opende mijn plekje op mijn nieuwe school, deuren die voorheen gesloten waren. Zo had ik nu vrienden en vriendinnen in de buurt, in plaats van op een uur afstand, waarmee ik kon afspreken; iets wat ik voorheen miste. Ik had dan ook veel gekregen om dankbaar voor te zijn, maar het speciaal onderwijs miste ik toch weleens. Want meegaan op schoolreisjes ging nu moeilijker of lukte niet, waar ik voorheen altijd en makkelijk mee kon. Daarnaast miste ik het om anderen met een ‘beperking’ om mij heen te hebben. Viel ik namelijk niet heel erg op, als enige in een rolstoel?

Hoewel deelnemen aan het speciaal en het regulier onderwijs mij beiden mooie ervaringen hebben gebracht, voelde ik mij dan ook in geen van beide situaties volledig ‘normaal’. Maar wat zou dan wel maken dat ik mij ‘normaal’ zou voelen? Een beroepsopleiding misschien? Om daarna te gaan werken? Of moest ik in andere situaties zoeken naar mijn gevoel van ‘normaal-zijn’?

Na mijzelf lang dit soort vragen gesteld te hebben en van alles geprobeerd te hebben, inclusief studeren en het werken als vrijwilliger, weet ik inmiddels dat ik nooit zoals anderen zal zijn. Immers, ik heb nu eenmaal een spieraandoening, welke invloed heeft op mijn leven en het beeld dat anderen van mij hebben. Maar weet je wat ik in al mijn pogingen om ‘normaal’ te zijn, nog meer heb geleerd? Dat ik niet zoals anderen hoef te zijn om normaal te zijn. Want wat is ‘normaal’? ‘Anders’ zijn wij toch allemaal? Iedereen heeft toch namelijk zijn of haar unieke eigenschappen, talenten en schoonheden?

Nu ik dit begrijp, heb ik mijn verjaardagswens om normaal te zijn, in vervulling zien gaan. Niet door te worden als anderen, zoals ik eigenlijk vroeg, maar door in te zien dat ik normaal ben met alles wat mij anders maakt dan een ander. En voor jou, beste lezer, wens ik dat ook jij weet dat je goed bent zoals je bent; met of zonder een zogenaamde ‘beperking’.